PAVEsense/nl: Difference between revisions

From ASAsense Documentation (staging)
nl translation
FuzzyBot (talk | contribs)
m FuzzyBot moved page PaveSense/nl to PAVEsense/nl without leaving a redirect: Part of translatable page "PaveSense"
 
(No difference)

Latest revision as of 12:02, 14 October 2026

Versie 2.1 – 24 september 2026 · Van toepassing op het portaal portal.asasense.com

Deze handleiding helpt u om de wegkwaliteit in het PAVEsense-portaal van ASAsense (portal.asasense.com) te beoordelen en op te volgen. U leert resultaten opzoeken, maanden vergelijken, terreinkennis toevoegen met annotaties, meetdekking controleren en gegevens exporteren. De uitleg volgt de tabbladen Data table, Map, Export en Coverage van een meetgebied. De beschikbare gebieden en functies hangen af van uw abonnement en toegangsrechten.

Inleiding

Schematische voorstelling van het ASAsense PAVEsense-meetsysteem (eerder "Roads AI")

Het PAVEsense-meetsysteem (eerder Roads AI) voor wegkwaliteit bestaat uit een vloot voertuigen waarin sensorboxen zijn geïnstalleerd. De wegen die opgemeten moeten worden, worden door deze vloot bereden tijdens het dagelijkse gebruik van de voertuigen. Op die manier verzamelt het meetsysteem rolgeluids- en trillingsmetingen. Deze metingen worden beveiligd en met respect voor de privacy doorgestuurd naar het ASAsense-datacenter en daar verwerkt.

Het resultaat zijn kwaliteitsindicatoren per wegvak waarmee de staat van het wegennet in kaart wordt gebracht. Deze indicatoren worden maandelijks bijgewerkt en via het portaal aangeboden op twee detailniveaus: per weg (van kruispunt tot kruispunt, in het portaal road genoemd) en per segment van circa 20 meter (segment). Naast het raadplegen van de resultaten laat het nieuwe portaal ook toe om annotaties toe te voegen (bijvoorbeeld een uitgevoerde herstelling of een gewijzigd wegdektype) en om de meetdekking van het gebied op te volgen.

Kwaliteitsindicatoren

Aan de basis van het meetsysteem ligt de vaststelling dat verouderde wegen zowel luider klinken als sterkere trillingen veroorzaken. Aan het wegoppervlak kunnen verschillende karakteristieke golflengtes worden onderscheiden: van rafeling en kleine putten tot het golven van de weg op grotere schaal. De trillings- en geluidsmetingen worden gecombineerd en in het frequentiedomein verschoven naargelang de snelheid van het voertuig. Dit fenomeen kent iedereen die per ongeluk over de ribbelstrook van een autosnelweg rijdt: de toonhoogte verandert duidelijk naarmate men trager of sneller rijdt. De relatie is frequentie = snelheid / (3,6 × lengte), met de frequentie in hertz, de snelheid in km/u en de golflengte in meter.

De vijf lengteschalen (ruwheidsklassen) van PAVEsense

In die optiek rapporteert PAVEsense een selectie van lengteschalen die relevant zijn voor de analyse van de staat van de weg:

  • Macro1 (8 cm tot 20 cm): een indicatie voor vroegtijdige degradatie van de toplaag – rafeling, delaminatie, losliggende steentjes, …
  • Macro2 (20 cm tot 60 cm): indicatie voor verder gevorderde degradatie van de toplaag – scheuren, putten, …
  • Mega1 (60 cm tot 140 cm): oneffenheden die de rijervaring beïnvloeden – grotere putten, spoorvorming, maar ook beperkte golvingen in de lengterichting.
  • Mega2 (140 cm tot 3 m): grotere oneffenheden – diepe spoorvorming, langere golvingen, …
  • Waviness (3 m tot 5 m): de langsvlakheid op grote afstand, vooral van belang voor wegen waarop aan hoge snelheid gereden wordt.

Er bestaat geen strikte scheiding tussen de schalen: veel defecten die zichtbaar zijn in Macro2 hebben ook hun weerslag op Macro1 en Mega1, en omgekeerd. Klassen die ver uit elkaar liggen zijn echter niet gelinkt: rafeling van de toplaag is zichtbaar in Macro1, niet in Waviness.

Voor de indicatoren Macro1 tot en met Waviness worden de waarden van een locatie vergeleken met de waarden van alle wegen die werden opgemeten op het moment dat het kalibratiemodel voor uw gebied het laatst werd getraind. De vlakste weg krijgt hierbij een 0 en de ruwste of meest golvende weg een 1 (de percentielen van een cumulatieve verdeling). Zo is snel te zien welke wegen er, relatief ten opzichte van de rest, goed of slecht aan toe zijn.

Naast deze vijf textuurindicatoren rapporteert PAVEsense ook de volgende geïnterpreteerde parameters:

  • Illustratie van de IRI-schaal voor verschillende wegdekken
    eIRI (estimated International Roughness Index, uitgedrukt in m/km): een internationale maat voor de ruwheid van de weg zoals die inwerkt op een voertuig. De ruwheid wordt uitgedrukt als de verticale beweging van de vering (in meter) per afgelegde kilometer. Hoe hoger de IRI, hoe oncomfortabeler de weg en hoe lager de snelheid waaraan nog comfortabel gereden kan worden. Dit is een belangrijke maat voor de huidige kwaliteit van het wegdek, inclusief de fundering. Op de detailpagina van een weg wordt naast het gemiddelde ook het 85e percentiel van de eIRI getoond (eIRI (85th pct)).
  • Snelheidsafhankelijke IRI-drempels volgens Yu et al. (National Taipei University of Technology)
    Driving Quality: een geïnterpreteerde versie van de eIRI waarbij de gereden snelheid aan de IRI wordt gekoppeld om na te gaan of de weg nog voldoet aan haar functie. Hiervoor wordt de tabel uit het onderzoek van de National Taipei University of Technology gebruikt. Als snelheid geldt het 85e percentiel van alle metingen op het wegvak (85 % van de voertuigen rijdt trager dan deze snelheid). De klassen zijn Very Good, Good, Fair, Mediocre en Poor.
  • Reference speed (referentiesnelheid): het 85e percentiel van de gemeten rijsnelheden op het wegvak, in km/u. Deze snelheid wordt gebruikt bij de bepaling van de Driving Quality en is op zichzelf een nuttige indicatie van het gebruik van de weg.
  • Surface Type (wegdektype): het type verharding – asphalt, concrete, brick, cobblestone of other. Het wegdektype wordt automatisch geschat uit de metingen. Zolang deze schatting nog verandert tussen opeenvolgende meetronden, toont het portaal het label ESTIMATE. Via een annotatie van het type Surface kan u het wegdektype zelf vastleggen. De geldende annotatie heeft voorrang op de schatting en wordt op de detailpagina aangeduid met ANNOTATED. Een actuele annotatie kan afwijken van het wegdektype in een maandrapport; zie Actueel wegdektype en maandrapport.
  • Authority (wegbeheerder): de instantie die de weg beheert (bijvoorbeeld de stad of gemeente, het Agentschap Wegen en Verkeer of een privé-eigenaar). Hiermee kunnen de resultaten beperkt worden tot de wegen waarvoor u zelf verantwoordelijk bent.

Wij raden aan om in eerste instantie te focussen op:

  • Macro2 voor het prioriteren van het onderhoud van de toplaag;
  • Driving Quality / eIRI voor het prioriteren van het volledige onderhoud (inclusief funderingswerken).

Convergentie

De resultaten worden per maand aangeleverd. De maand (bijvoorbeeld 2026-09, zichtbaar in het portaal als Last results) geeft aan tot wanneer de metingen in beschouwing werden genomen. De metingen van de afgelopen maand worden altijd meegenomen, maar voor wegvakken die in die maand onvoldoende bereden werden, kunnen ook oudere metingen worden gebruikt.

Voor de textuurindicatoren Macro1 tot en met Waviness geldt hiervoor het volgende convergentiecriterium:

  • beschouw enkel metingen met een rijsnelheid tussen 20 km/u en 130 km/u;
  • neem minimaal de metingen van de afgelopen 30 dagen in rekening;
  • indien in deze periode minstens 2 metingen met minstens 2 verschillende voertuigen gebeurden, ga na of
    • de snelheid minder dan 30 % verschilt van de 85e-percentielsnelheid;
    • de standaardafwijking van het geluidsniveau in bepaalde frequentiebanden kleiner is dan 4 dB;
    • de standaardafwijking op de 1 m-band kleiner is dan 4 dB (deze lengteschaal komt overeen met laagfrequent geluid, afhankelijk van de gereden snelheid);
  • is het criterium niet bereikt, neem dan ook eerdere metingen in beschouwing tot het criterium wél bereikt is. De maximale leeftijd van een meting is hierbij 500 dagen (voor erg weinig bereden straten).

Voor de eIRI worden dezelfde passages geselecteerd als voor de textuurindicatoren; het gemiddelde van de eIRI over die passages wordt als eIRI-waarde van de locatie gerapporteerd. Uit onderzoek blijkt dat dit de beste correlatie met referentiemetingen geeft.

Ook niet-geconvergeerde resultaten worden aangeleverd, maar deze zijn gevoeliger voor ruis en toevallige gebeurtenissen (een tak op de weg, een voertuig dat even over de berm rijdt om een tegenligger te kruisen, …). In het portaal is de convergentiestatus op drie plaatsen zichtbaar:

  • op de kaart kan gefilterd worden op SCCR converged (de convergentie van de textuurindicatoren Macro1–Waviness) en op Surface converged (de schatting van het wegdektype is stabiel);
  • op de detailpagina van een weg of segment staat bij Texture measured en eIRI measured het label ESTIMATE zolang de betreffende resultaten nog niet geconvergeerd zijn;
  • bij het automatisch geschatte wegdektype staat hetzelfde label zolang de schatting nog niet stabiel is. Is een Surface-annotatie van kracht, dan toont de detailpagina ANNOTATED. Dit bevestigt een annotatie van het wegdektype, niet de convergentie van de meetwaarden.

Automatische kalibratie en termijn voor nieuwe data

Na de installatie van een sensor in een meetvoertuig worden onmiddellijk en zonder enige tussenkomst van de gebruiker of bestuurder metingen verzameld. Niet alles kan echter meteen verwerkt worden.

Voor de schalen Macro1 tot en met Waviness moeten de gegevens eerst gekalibreerd worden met andere metingen op dezelfde locaties. Dat gebeurt automatisch, maar vereist voldoende overlappende metingen (een tienduizendtal). Reken op een drietal maanden. Vanaf de vierde maand ontvangt u de verwerkte meetgegevens van deze sensoren, met terugwerkende kracht: ook de eerder opgemeten maanden worden dan bijgewerkt met de gekalibreerde gegevens.

De eIRI en de Driving Quality worden rechtstreeks berekend uit de opgenomen trillingsgegevens. Hiervoor is geen kalibratie nodig: deze indicatoren kunnen al na de reguliere verwerking beschikbaar zijn, zonder de kalibratieperiode voor de textuurindicatoren af te wachten.

Het portaal

Open uw meetgebied via PAVEsense → Areas. Wilt u een straat beoordelen, zoek die dan in Data table en open de detailpagina. Gebruik Map voor een ruimtelijk overzicht, Coverage om te zien waar de meetvloot gereden heeft en Export om de gegevens verder te analyseren.

Aanmelden en navigatie

Meld u aan op portal.asasense.com met het e-mailadres en het wachtwoord die u van ASAsense ontving. Via Forgot password kan u een nieuw wachtwoord aanvragen; via Remember me for 30 days blijft u aangemeld op uw toestel.

Na het aanmelden vindt u in de donkere zijbalk links de rubriek PAVEsense met daaronder Areas (uw meetgebieden). Klik op de naam van een gebied om het te openen; hebt u toegang tot meerdere gebieden, dan staan ze hier allemaal opgelijst. De zijbalk kan met de pijltjes bovenaan worden in- en uitgeklapt om meer ruimte te maken voor de kaart of tabel. Verder bevat de zijbalk:

  • User Profile: uw naam, e-mailadres en de mogelijkheid om een nieuw wachtwoord in te stellen (vul New Password in en klik Save);
  • Documentation: een link naar deze documentatie;
  • Logout: afmelden.

Ook Devices, Vehicles, Trips, Device Handlings, Interventions en Annotation Types zijn onder PAVEsense samengebracht, voor zover uw account daar toegang toe heeft. Bestaande links naar de vroegere rubrieken worden doorgestuurd naar de nieuwe plaats.

Bovenaan elke pagina toont een kruimelpad (bijvoorbeeld Pavesense / Areas / 8 / Table) waar u zich bevindt; elk onderdeel is aanklikbaar om terug te keren.

De gebiedspagina

Eens een gebied geopend is, ziet u bovenaan de naam van het gebied en vier tabbladen:

  • Data table: de tabelweergave, om wegen of segmenten te sorteren en te filteren op de meetparameters;
  • Map: de kaartweergave met kleurcodering, filters en grafieken;
  • Export: het exporteren van de resultaten als CSV, Excel of ESRI-shapefile;
  • Coverage: de meetdekking van het wegennet (hoeveel passages per wegvak).

Rechts van de tabbladen staan drie elementen die op alle tabbladen terugkomen:

  • Annotation edits: een overzicht van de recente groepsbewerkingen van annotaties, met de mogelijkheid om een volledige groep in één keer ongedaan te maken (zie Annotaties);
  • Last results: de maand van de meest recente resultaten (bijvoorbeeld 2026-09);
  • Data version: het versienummer van de dataset die het portaal toont. Vermeld dit nummer wanneer u ASAsense contacteert met een vraag over de resultaten.

Wegennet en historiek

PAVEsense bewaart de samenhang tussen opeenvolgende versies van het wegennet. Een kleine verschuiving van de geometrie, een gewijzigde bronnummering of een gecorrigeerde wegrichting hoeft daardoor geen nieuwe weg op te leveren: de weg kan als dezelfde weg herkend worden, met behoud van de gekoppelde metingen. Ook voor vervallen wegen wordt naar een opvolger gezocht.

De aangeleverde weggegevens bevatten geldigheidsdatums; alleen geldige wegen worden in de klantgegevens opgenomen. Een gewijzigd aantal wegen betekent daarom niet automatisch dat metingen verloren zijn. Controleer bij een vergelijking zowel de gekozen maand als de weg- of segmentidentificatie en de geldigheid van het wegennet.

PAVEscan-bestanden raadplegen

Naast de maandelijkse PAVEsense-resultaten van de meetvloot kan uw gebied ook beschikken over de resultaten van een PAVEscan-meetcampagne: een eenmalige, gedetailleerde opmeting van het wegennet met een meetwagen. Deze bestanden staan onder de titel PAVEscan files:

  • heeft het gebied ook PAVEsense-resultaten, dan vindt u ze op het tabblad Export, onder de PAVEsense-export;
  • heeft het gebied enkel PAVEscan-gegevens, dan staan ze rechtstreeks op de gebiedspagina.

De bestanden zijn gegroepeerd per meetcampagne. Bij één campagne staat de periode tussen haakjes in de titel; bij meerdere campagnes krijgt elke periode een eigen kopje. Per campagne vindt u:

  • een klein QGIS-project (ZIP-bestand) waarin de IRI, de spoorvorming (Rutting) en VC2.5 al vanuit CSV-bestanden zijn ingeladen. Pak het ZIP-bestand uit en open het .qgz-bestand in QGIS om meteen een opgemaakte kaart te krijgen;
  • de afzonderlijke CSV-bestanden (Individual CSV Files), voor gebruik in een eigen GIS-pakket, rekenblad of analysetoepassing. Grote bestanden worden gecomprimeerd bewaard, maar uw browser pakt ze tijdens het downloaden automatisch uit: u ontvangt altijd een gewoon CSV-bestand.

Klik op een bestandsnaam om de download te starten. De grotere datasets van een campagne, zoals de gegeorefereerde beelden en de LAS-puntenwolken, zijn te groot om via het portaal aan te bieden. Die zijn op aanvraag beschikbaar via info@asasense.com.

Schalen en kleuren

De meeste resultaten zijn numerieke waarden:

  • Macro1 tot en met Waviness worden uitgedrukt met een waarde tussen 0 (beste weg) en 1 (slechtste weg);
  • de eIRI is een waarde groter dan 0 (in m/km) zonder harde bovengrens: hoe hoger, hoe ruwer de weg;
  • de Driving Quality en het wegdektype zijn klassen.

Om numerieke resultaten op de kaart te tonen kiest men een kleurenschaal met een onder- en bovengrens (Gradient). Waarden op of onder de ondergrens zijn blauw; daarboven verloopt de kleur via groen en geel naar rood voor waarden op of boven de bovengrens.

Een lineaire indeling (ondergrens 0, bovengrens 1) verdeelt de kleuren gelijkmatig over het volledige bereik:

Lineaire schaal van 0 tot 1

Men kan ook alles onder een bepaalde drempel blauw kleuren en enkel daarboven laten variëren. Zo ziet men meer detail in de wegen die slechter scoren. Met ondergrens 0,8 en bovengrens 1 spreekt men van de 80/20-schaal:

80/20-schaal: alles onder 0,8 is blauw

In het portaal staat de kleurenschaal voor Macro1–Waviness standaard op 0,5 – 1 en voor de eIRI op 0 – 10. Beide grenzen kunnen vrij aangepast worden in het paneel Appearance van de kaart (zie Weergave). Voor de Driving Quality en het wegdektype gebruikt de kaart een vaste klassenlegende.

De tabelweergave (Data table)

Het tabblad Data table toont de meest recente resultaten (de maand vermeld bij Last results) in tabelvorm. Dit is de snelste manier om de wegen of segmenten te vinden die goed of slecht scoren op een bepaalde parameter, of om een straat op te zoeken op naam.

Kolommen

Standaard toont de tabel per rij de volgende kolommen: Road Id (of Segment Id), Road Name, Surface Type, Reference speed, Macro1, Macro2, Mega1, Mega2, Waviness, eIRI, Driving quality en Authority. Een lege cel betekent dat er voor die parameter (nog) geen resultaat is, bijvoorbeeld omdat de eIRI voor dat wegvak niet berekend kon worden. Op smallere schermen kan de tabel horizontaal gescrold worden.

Met het oog-icoon (Select displayed columns in the table) kiest u welke kolommen getoond worden: zet de schakelaar van een kolom uit om ze te verbergen. Met het handvat links van elke kolomnaam kan u de kolommen bovendien in een andere volgorde slepen.

Weg of segment

Met de schakelaar road / segment rechts in de filterbalk kiest u het detailniveau:

  • road: één rij per weg (van kruispunt tot kruispunt), met een numeriek Road Id;
  • segment: één rij per segment van circa 20 m, met een Segment Id van de vorm map-61-0-l1 (weg 61, segment 0, rijstrook 1).

Voor een prioritering per straat werkt u best op wegniveau; om de exacte locatie van een defect binnen een straat te vinden, schakelt u over naar segmentniveau.

Sorteren

Klik op een kolomtitel om de tabel op die kolom te sorteren. Een eerste klik sorteert oplopend (pijltje omhoog), een tweede klik aflopend, een derde klik heft de sortering op. Sorteer bijvoorbeeld aflopend op Macro2 om de wegen met de meest versleten toplaag bovenaan te krijgen.

Filteren

De filterbalk boven de tabel bevat een knop per filterbare kolom. Standaard staan de filters ID, STREET NAME, SURFACE TYPE, REFERENCE SPEED en AUTHORITY klaar. Klik op een knop om het filter te openen:

  • tekstfilters (ID, STREET NAME, AUTHORITY): typ (een deel van) de tekst en bevestig met Enter; de tabel toont dan enkel de rijen die de tekst bevatten;
  • keuzefilters (SURFACE TYPE, DRIVING QUALITY): kies een waarde uit de lijst (-- None -- heft de keuze op);
  • bereikfilters (REFERENCE SPEED, MACRO1, MACRO2, MEGA1, MEGA2, WAVINESS, eIRI): vul een minimum en/of maximum in.

Een actief filter is herkenbaar aan de waarde tussen haakjes op de knop, bijvoorbeeld STREET NAME (Klaproos). Filters die niet in de balk staan, voegt u toe met het trechter-icoon helemaal links (Filter on other columns not shown): zet de schakelaar van de gewenste kolom aan en de bijbehorende filterknop verschijnt in de balk. Met het herstel-icoon (Remove all filters) wist u alle filters in één keer.

Voorbeeld: om alle betonwegen met een Macro2 hoger dan 0,9 te vinden, kiest u SURFACE TYPE = Concrete, voegt u via de trechter het filter MACRO2 toe en vult u daar Min value = 0,9 in.

Paginering

Onderaan de tabel kiest u het aantal rijen per pagina (Items per page: 10, 20, 50, 100, 200, 500 of 1000) en bladert u met de pijltjes door de pagina's. De teller (bijvoorbeeld 1 – 10 of 3091) toont hoeveel rijen aan de huidige filters voldoen.

Een rij openen

Klik op een rij (bijvoorbeeld op de straatnaam) om de detailpagina van die weg of dat segment te openen, met alle waarden, een kaartje en de annotaties.

Rijen selecteren en annoteren

Met de selectievakjes links van de rijen selecteert u één of meer wegen of segmenten. Het vakje in de kolomtitel selecteert in één keer alle wegen die aan de huidige filters voldoen, ook die op de volgende pagina's; filter dus eerst (bijvoorbeeld op straatnaam) en selecteer daarna alles. Zodra er een selectie is, verschijnt boven de tabel de gele balk … roads selected met de knop Annotate … roads, waarmee u aan alle geselecteerde rijen in één keer dezelfde annotatie toevoegt. Zie Annotaties voor de werkwijze.

De detailpagina van een weg of segment

De detailpagina opent door in de tabel op een rij te klikken, of door op de kaart op een weg te klikken en View details te kiezen. Met het pijltje links van de naam keert u terug.

Informatiepaneel

Het paneel INFO toont de waarden van de weg of het segment: wegdektype, referentiesnelheid, Macro1, Macro2, Mega1, Mega2, Waviness, eIRI, eIRI (85e percentiel), Driving Quality en wegbeheerder. Daaronder staan de meetperiodes:

  • Texture measured: de datum of periode van de metingen waarop de textuurindicatoren Macro1–Waviness gebaseerd zijn;
  • eIRI measured: de datum of periode van de metingen waarop de eIRI gebaseerd is.

Het label ESTIMATE bij een meetwaarde of meetperiode wijst op een nog niet geconvergeerd resultaat; zie Convergentie. Beweeg met de muis over een label voor de toelichting. Controleer ook de geselecteerde maand: een historische pagina toont de meetresultaten van die maand.

Actueel wegdektype en maandrapport

Bij Surface Type toont de detailpagina de momenteel geldende wegdekannotatie, als die er is. Ze krijgt het label ANNOTATED en heeft voorrang op de automatische schatting. Beweeg over het label om de datum van de annotatie te bekijken en te zien welk wegdektype het maandrapport nog vermeldt.

Het maandrapport is een momentopname die op de eerste dag van de maand wordt vastgelegd. Een later toegevoegde annotatie wordt al op de detailpagina zichtbaar, terwijl het maandrapport nog de eerdere waarde kan tonen. Dat verschil is dus mogelijk zonder dat de annotatie mislukt is. Het actuele wegdeklabel op de detailpagina hoeft ook niet de toestand in een geselecteerde historische maand weer te geven.

Voorbeeld: u corrigeert een weg op 18 september van asfalt naar beton. Als deze annotatie dan geldig is, ziet u op de detailpagina beton met ANNOTATED. De momentopname van 1 september kan nog asfalt vermelden; de toelichting bij het label maakt dit verschil zichtbaar. Houd bij het vergelijken van maanden de meetwaarden en de actuele terreinkennis uit elkaar.

Meetgeschiedenis en historische maanden

Op de detailpagina van een weg of segment staan maandgrafieken voor eIRI en de macro- en megatextuur. Zo kan u trends en uitschieters bekijken zonder eerst te exporteren. De lijngrafiek met Waviness is de standaardweergave; ook de spreiding van de eIRI wordt getoond.

  1. Open de gewenste weg of het segment en bekijk de meetgeschiedenis.
  2. Zoom op de horizontale as om de relevante periode te bekijken. Zoom onafhankelijk op de verticale as om verschillen in meetwaarden beter te zien.
  3. Open de maand die u wil onderzoeken. Een oudere maand is herkenbaar aan Legacy Recording: dit betekent dat u historische meetresultaten bekijkt.
  4. Controleer de meetperiode en convergentie voordat u een verandering interpreteert. Door de convergentieregels kunnen opeenvolgende maandresultaten deels op dezelfde passages berusten.

Kiest u eerst een oudere maand via Month op de gebiedskaart en opent u daarna een weg, dan blijft die maand geselecteerd op de detailpagina. De maand kan in de paginalink worden vastgelegd; bewaar of deel de link van de geopende maand om later hetzelfde resultaat terug te vinden. De ontvanger heeft toegang tot het gebied nodig.

Voorbeeld: om het effect van een herstelling te onderzoeken, vergelijkt u de maanden vóór en na de ingreep. Zoom in op die periode, bekijk zowel eIRI als de relevante textuurindicator en controleer of de metingen na de ingreep liggen. Een gunstigere kleur alleen is onvoldoende: gebruik bij vergelijking dezelfde kleurenschaal en houd rekening met de convergentie.

Foto's

In het vak Drop images here or click to upload kan u foto's van de weg of het segment toevoegen, bijvoorbeeld van schade of een uitgevoerde herstelling. Sleep de bestanden in het vak of klik erop om ze te selecteren. Foto's met locatiegegevens krijgen een eigen pin op het kaartje.

Klik op een fotopin om de bijbehorende foto te openen en blader vervolgens door de fotocarrousel. Zo kan u een vaststelling in beeld koppelen aan de locatie en de meetresultaten. Een foto zonder locatiegegevens biedt op zichzelf geen exacte plaatsbepaling op de kaart.

Kaartje en segmentnavigatie

Het kaartje rechts toont de geselecteerde weg of het segment in het blauw (Current), de omliggende wegen in het oranje (Surrounding) en wegen zonder gegevens gestippeld (No data). De knoppen links op het kaartje zijn zoomen , volledig scherm , een zwart-witte achtergrondkaart en de keuze van de achtergrondkaart . Achtergrondlagen, zoeken en volledig scherm werken zoals op de gebiedskaart en de dekkingskaart; zie Navigeren op de kaart. Met de knop Area map springt u naar de kaart van het gebied, gecentreerd op deze weg.

Boven het informatiepaneel staat de segmentbalk: per rijstrook (1 LANE, 2 LANES, …) een knop per segment (Seg 1, Seg 2, …). Klik op een segment om de waarden van dat segment van 20 m te bekijken; op een segmentpagina brengt de knop met de straatnaam u terug naar de volledige weg. Een segment waarvoor nog geen resultaten beschikbaar zijn, toont een streepje in plaats van een waarde.

Annotaties op de detailpagina

Het paneel ANNOTATIONS toont de actieve annotaties van de weg of het segment met hun type, waarde en geldigheidsperiode. Op een segmentpagina schakelt u met This segment en Road tussen de annotaties van het segment zelf en die van de volledige weg. Controleer dit onderscheid voordat u een annotatie toevoegt.

Met de knop voegt u een annotatie toe. Via (View history) bekijkt u de historiek. Eerdere, vervangen annotaties kan u ook openklappen via Show N earlier annotations, waarbij N het aantal eerdere annotaties is. Zo blijft de voorgeschiedenis beschikbaar naast de actuele waarde. Zie Annotaties bekijken en ongedaan maken.

De kaartweergave (Map)

Het tabblad Map toont de resultaten op een interactieve kaart. Links staan de kaartknoppen en de zoekbalk, bovenaan de schakelaar Road / Segment en de tekenknop, en rechts het paneel met de weergave-instellingen (Appearance) en de filters (Filters). Het paneel kan met het pijltje aan de rand worden ingeklapt om de kaart over de volledige breedte te tonen. De gestippelde zwarte lijn op de kaart is de grens van uw gebied.

U kan in- en uitzoomen en de kaart verslepen zoals u dat van andere online kaarten gewend bent (muiswiel, dubbelklik, slepen). De knoppen links op de kaart:

Knop Functie
Zoom in / Zoom out.
View fullscreen: de kaart op volledig scherm; druk op Esc om terug te keren.
Fit to data: past de kaart eenmaal aan de gegevens aan. Het is een eenmalige actie; de kaart blijft daarna vrij te verslepen en te zoomen.
Black & white basemap: schakelt de grijze achtergrondkaart aan of uit, zodat de gekleurde wegen beter opvallen.
Layers: kies een achtergrondkaart, zoals Streets, Ortho of ESRI Satellite. De ortho-bronnen zijn voor gebruikers samengebracht in één laag Ortho. De beschikbare beelden hangen af van de locatie.

De bediening voor achtergrondlagen, zoeken, volledig scherm en lagen is gelijk op Map, Coverage en het kaartje op de detailpagina. Zwart-wit is een instelling van de kaart en werkt op alle achtergrondlagen. Bij verder inzoomen wordt de weggeometrie met meer detail weergegeven, zodat bochten en rotondes beter hun vorm behouden.

Zoeken

In de zoekbalk linksboven (Search road/segment id, address or coordinates) kan u drie soorten zoekopdrachten ingeven; bevestig met Enter of het vergrootglas:

  • een weg- of segment-id, bijvoorbeeld 63, road-63 of map-63-1-l1: de kaart zoomt naar die weg of dat segment en licht het op;
  • een adres, bijvoorbeeld Haagdoornsstraat of Stad 1, Hamont-Achel: de kaart zoomt naar de locatie en markeert ze met een groene cirkel;
  • coördinaten (breedtegraad, lengtegraad in decimale graden), bijvoorbeeld 51.25, 5.55.

Zoeken verplaatst de kaart naar een locatie; het stelt geen gegevensfilter in. Een gevonden weg kan door uw actieve filters buiten de getoonde resultaten vallen. Pas die filters aan als u de weg ook wil beoordelen. Enkel locaties binnen de grenzen van het gebied worden aanvaard. Met het kruisje in de zoekbalk wist u de zoekopdracht en de markering.

Weg of segment op de kaart

Met de schakelaar Road / Segment bovenaan de kaart kiest u, net als in de tabel, of de kleuren per weg (kruispunt tot kruispunt) of per segment van 20 m worden getoond. De segmentweergave toont meer detail, de wegweergave geeft een rustiger overzicht van het volledige netwerk.

Details van een weg opvragen

Klik op een weg of segment om een pop-upvenster te openen met de naam, het wegdektype, Macro2, Mega2, Waviness, de gemiddelde eIRI, de Driving Quality, de 85e-percentielsnelheid en de wegbeheerder (voor een segment ook het segmentnummer en de rijstrook). De knop View details opent de detailpagina voor de maand die op de kaart geselecteerd is. Bij een oudere maand krijgt die pagina het label Legacy Recording; u springt dus niet ongemerkt naar de recentste resultaten.

Weergave (Appearance)

Bovenaan het rechterpaneel kiest u onder Color by welke parameter de kleur van de wegen bepaalt: Macro1, Macro2, Mega1, Mega2, Waviness, eIRI (avg), Speed (85th %), Driving Quality of Surface Type.

Voor numerieke parameters stelt u onder Gradient de onder- en bovengrens van de kleurenschaal in (zie Schalen en kleuren). Voor Macro1–Waviness horen beide grenzen tussen 0 en 1 te liggen; voor de eIRI is 0 – 10 een goede keuze. Voor de Driving Quality kiest u de klassen die als "beste" en "slechtste" uiteinde van de schaal gelden (standaard Very Good tot Poor). Bij Surface Type is er geen gradiënt: de kaart toont dan een vaste legende linksonder (Asphalt, Brick, Cobblestone, Concrete, Other, No data).

De weergave staat los van de filters: u kan bijvoorbeeld kleuren op Macro2 en tegelijk filteren op eIRI. Bij een andere keuze onder Color by worden de geladen wegen meteen opnieuw gekleurd; uw kaartpositie blijft behouden.

Filters

Onder Filters beperkt u welke wegen op de kaart getoond worden. De filters werken cumulatief. Zodra een filter actief is, verschijnt naast de titel Filters een teller met de knop Clear, die alle filters in één keer wist; elk filterblok met een actieve keuze krijgt bovendien een eigen teller en een knop Reset.

  • Month: de maand van de resultaten. Standaard is de recentste maand geselecteerd; klik op een andere maand (de lijst scrolt horizontaal, tot de eerste maand met resultaten) om de toestand van het wegennet op dat moment te bekijken en zo de evolutie in de tijd op te volgen.
  • Converged: SCCR converged (textuurindicatoren) en Surface converged (wegdektype), telkens met Yes / No. Kies Yes om enkel de resultaten te tonen die aan het betreffende convergentiecriterium voldoen; klik nogmaals om de keuze op te heffen.
  • Surface Type en Driving Quality: staafdiagrammen met het aantal wegen per klasse. Klik op een staaf om enkel die klasse te tonen; klik op meerdere staven om klassen te combineren. Beweeg over een staaf voor het exacte aantal. Met het pijltje voor de titel kan u een blok inklappen.
  • Road Authority: de wegbeheerders met per beheerder het aantal wegen. Klik op een beheerder om enkel diens wegen te tonen (bijvoorbeeld enkel de gemeentewegen, zonder de gewestwegen).
  • Speed (85 %), eIRI avg, Waviness, Mega1, Mega2, Macro1, Macro2: schuifregelaars met een onder- en bovengrens. Sleep de knoppen om bijvoorbeeld enkel de wegen met een Macro2 boven 0,8 te tonen.

Voorbeeld: om de gemeentewegen te vinden die in aanmerking komen voor een nieuwe toplaag, kiest u Color by = Macro2, klikt u onder Road Authority op uw gemeente, zet u SCCR converged op Yes en schuift u de ondergrens van Macro2 naar 0,8.

De kaart bewaart reeds geladen gegevens. Een smaller filter kan daardoor direct worden toegepast; bij verschuiven of zoomen worden alleen nog ontbrekende delen opgehaald. Uw zoomniveau blijft behouden bij het filteren. Een kleine laadindicator laat zien dat er gegevens worden opgehaald, terwijl de kaart zichtbaar blijft. Wacht tot het laden afgerond is voordat u de nieuwe weergave beoordeelt.

Tekenen om wegen te selecteren

Met de tekenknop rechtsboven op de kaart (Draw across roads to bulk-annotate) activeert u de tekenmodus: de cursor wordt een kruisje. Teken met ingedrukte muisknop een lijn over de kaart; alle wegen die de lijn kruist, lichten oranje op. Onderaan verschijnt de balk … roads selected met de knoppen Annotate … roads en Cancel. Zo voegt u bijvoorbeeld in één beweging een annotatie Repair toe aan alle straten van een wijk waar de toplaag vernieuwd werd. Controleer de selectie in het annotatievenster en vink wegen uit die u niet wil wijzigen. Klik nogmaals op de tekenknop om de tekenmodus te verlaten.

Maanden vergelijken op de kaart

Kies onder Month achtereenvolgens de maanden die u wil vergelijken. Houd de parameter onder Color by, de kleurgrenzen en de overige filters gelijk, zodat u dezelfde selectie op dezelfde schaal beoordeelt. Open een weg of segment om de verandering nader te bekijken in de meetgeschiedenis.

Annotaties

Met annotaties voegt u eigen terreinkennis toe aan de resultaten: een vastgestelde schade, een uitgevoerde herstelling, een tijdelijke hindernis, een snelheidsregime of het correcte wegdektype. Annotaties zijn zichtbaar op de detailpagina van de weg of het segment. Welke annotaties en typen u kan zien of wijzigen, hangt af van uw toegangsrechten en de instellingen van uw organisatie.

Een annotatie toevoegen

Een annotatie kan op drie manieren worden aangemaakt: met de knop op de detailpagina van één weg of segment, via de selectievakjes en de knop Annotate … roads in de tabel, of via een getekende lijn op de kaart. Het venster gebruikt dezelfde gegroepeerde typekeuze als de andere annotatieschermen. Kies de passende groep en het type; de beschikbare waarden volgen uit dat type. In het venster vult u in:

  • Type en Value:
    • Damage (schade): kies de schadesoort uit de lijst – spoorvorming, langs-, dwars- of krokodillenscheuren, rafeling, putten, verzakking, ontmenging, vetuitslag, randschade, hoekafbraak, voegschade, trapvorming, afschilfering, polijsting, opdrukking, ontbrekende, verzakte of beschadigde elementen, voegvervuiling, onkruidgroei, wateroverlast, vervuiling of Other;
    • Obstruction (hindernis): vrije omschrijving, bijvoorbeeld een wegversmalling of werfzone;
    • Repair (herstelling): kies de ingreep – overlagen, affrezen en overlagen, plaatselijke herstelling, voegvulling, bestrijking, slemlaag, scheurinjectie, reprofilering, dunne asfaltlaag, oppervlaktebehandeling, betonherstelling, elementenherstelling, vervanging funderingslaag of Other;
    • Speed limit: de snelheidsbeperking in km/u;
    • Surface: het wegdektype (Asphalt, Concrete, Brick, Cobblestone of Other). Zolang deze annotatie van kracht is, krijgt dit wegdektype voorrang op de automatische schatting. Zie Actueel wegdektype en maandrapport.
  • Date (from): de datum vanaf wanneer de annotatie geldt (jjjj-mm-dd, of kies een datum met de kalender);
  • Valid until (optioneel, bij annotaties vanaf de detailpagina of de kaart): de einddatum. Laat het veld leeg voor een annotatie zonder einddatum; na de einddatum verhuist de annotatie naar de historiek;
  • Reason (optioneel, bij groepsannotaties vanuit de tabel): een korte toelichting, bijvoorbeeld "wegenwerken";
  • Temporary change (bij groepsannotaties vanuit de tabel): vink dit aan voor een tijdelijke wijziging (bijvoorbeeld wegenwerken), zodat de groep later eenvoudig in één keer ongedaan gemaakt kan worden.

Bij een annotatie vanaf de kaart toont het venster bovenaan een kaartje van de selectie en de lijst Roads in selection; met de selectievakjes kan u wegen uit de selectie weglaten. Vanuit de tabel volgt na Review & confirm een samenvatting; bevestig met Confirm & save. Een groepsannotatie wordt op de geselecteerde wegen of segmenten toegepast en als één bewerking gegroepeerd. Controleer vóór het opslaan het aantal locaties, het detailniveau en de geldigheidsdatums.

Annotaties bekijken en ongedaan maken

De actieve annotaties staan op de detailpagina onder Annotations. Open View history voor de historiek; met Show N earlier annotations kan u eerdere, vervangen annotaties weer zichtbaar maken. De wijzigingsgeschiedenis legt vast wie wat wijzigde en laat toe een wijziging terug te draaien, als u daarvoor de rechten hebt.

Groepsbewerkingen vindt u via Annotation edits bovenaan de gebiedspagina. Open de betreffende bewerking, controleer op welke locaties ze betrekking heeft en maak ze zo nodig in één keer ongedaan. Dit is bijvoorbeeld bruikbaar na een foutieve groepsinvoer. Controleer daarna op een betrokken detailpagina welke annotatie nu van kracht is.

Voor het wegdektype geldt telkens één effectieve Surface-annotatie. Bij het verwijderen of terugdraaien van zo'n wijziging berekent PAVEsense de geldende wegdekwaarde opnieuw. Ga daarom niet zonder controle uit van een bepaalde vorige waarde: de resterende annotaties en hun geldigheid bepalen wat nu geldt. De bewerkingsgeschiedenis blijft bewaard.

Annotatietypen en groepen beheren

Via PAVEsense → Annotation Types kan u de beschikbare annotatietypen beheren, voor zover uw account daarvoor rechten heeft. Naast de standaardtypen kan uw organisatie eigen typen vastleggen. Ook klantgebruikers kunnen groepen aanmaken om verwante typen samen te brengen.

  1. Open Annotation Types en kies de groep waarin het type thuishoort, of maak een passende groep aan.
  2. Maak een type aan of bewerk een bestaand type. Geef het een duidelijke betekenis en stel de toegestane waarden in volgens de mogelijkheden van het type.
  3. Gebruik de aangeboden vaste keuzelijsten waar die passen bij uw registratie, waaronder de beschikbare AWV- en SB250-keuzes. Zo gebruiken collega's dezelfde termen voor vergelijkbare vaststellingen.
  4. Sla het type op. Het komt beschikbaar in de gegroepeerde typekeuze voor de gebruikers die er toegang toe hebben.

Ook typen hebben een wijzigingsgeschiedenis en een mogelijkheid om wijzigingen terug te draaien. Een wijziging aan een type gaat over de definitie en de toegestane waarden; een annotatie legt een concrete vaststelling op een weg of segment vast. Gebruik de typehistoriek voor het eerste en de annotatiehistoriek voor het tweede.

Exporteren (Export)

Op het tabblad Export downloadt u de resultaten van een maand voor uw eigen GIS- of kantoortoepassing. Controleer bij elke export zowel de maand en het detailniveau als het geografische bereik.

  1. Kies onder Month and Year de maand waarvoor u wil exporteren.
  2. Kies Road-level voor één rij per weg met de weggeometrie, of Segment-level voor één rij per segment van circa 20 m met het segment_id en de segmentgeometrie.
  3. Kies het formaat in de onderstaande tabel.
  4. Controleer in de exportdialoog het bereik. Als er een getekende regio aanwezig is, wordt die gebruikt om de export geografisch te beperken. Controleer die regio als u juist het hele gebied nodig hebt. Een selectie van wegen voor een annotatie is niet op zichzelf een bevestiging van het exportbereik.
  5. Start de download. Tijdens het voorbereiden toont het portaal een voortgangsindicator. Wacht tot de voorbereiding en de download voltooid zijn voordat u dezelfde export opnieuw start.
Formaat Gebruik en aandachtspunten
CSV Tekstbestand voor verdere verwerking in een GIS-pakket, rekenblad of andere analysetoepassing. CSV-export is ook beschikbaar op segmentniveau. Kies CSV wanneer het resultaat te groot is voor XLSX; een rekenbladprogramma kan ook bij het openen van een CSV zijn eigen rijlimiet toepassen.
Excel (XLSX) Wordt op de server opgebouwd, zodat uw browser grote bestanden niet zelf hoeft om te zetten. Bij overschrijding van de spreadsheetlimiet van 1.048.576 rijen verschijnt een melding om CSV te gebruiken. Kies dan CSV of beperk het exportbereik.
ESRI Shapefile Gezipt bestand voor onder meer QGIS en ArcGIS. Het formaat beperkt kolomnamen tot 10 tekens, waardoor namen ingekort kunnen zijn.

De dekkingskaart heeft daarnaast een eigen CSV-download voor de dekkingsgegevens. Die gegevens beschrijven passages; de resultaatsexport beschrijft de berekende wegkwaliteit.

Meer exportmogelijkheden, zoals WMS, WFS en andere GeoServer-diensten, zijn beschikbaar op aanvraag via info@asasense.com.

Meetdekking (Coverage)

Het tabblad Coverage toont hoe goed het wegennet door de meetvloot wordt gedekt, onder meer via het aantal passages per wegvak. Gebruik het om niet of weinig bereden straten op te sporen. Een groot aantal passages is op zichzelf geen bewijs van goede wegkwaliteit of convergentie; daarvoor bekijkt u de meetresultaten en de convergentiestatus.

De afzonderlijke pagina PAVEsense → Coverage is beschikbaar volgens uw abonnement. De dekkingsweergave binnen een meetgebied blijft toegankelijk voor de klanten aan wie dat gebied toebehoort. Ziet u een verwachte toegang niet, laat ASAsense dan uw abonnement en gebiedstoegang controleren.

Legende en statistieken

Met de menuknop rechtsboven op de kaart opent u de legende. Voor de passageweergave zijn de gebruikelijke klassen 0 (zwart), 1–2 (rood), 3–4 (oranje), 5–6 (geel), 7–8 (groen) en 9 of meer (blauw). Met de selectievakjes toont of verbergt u een klasse; vink 0 passages aan om ook onbemeten wegen te zien. Met Edit past u de kleuren en klassengrenzen aan. Lees altijd de legende van de actieve laag.

Onder de legende kan u het paneel Statistics openklappen. Het toont per passageklasse het aantal kilometer weg, de gedekte lengte en het percentage (Covered) en de totale netwerklengte (Network). Het gaat om weglengte, niet om het aantal straten. De cijfers volgen de actieve filters en de gekozen geografische afbakening.

Met Show area kiest u de afbakening:

  • Whole area: het volledige ingestelde gebied; bij een afbakening als bounding box omvat dit de rechthoek rond het gebied.
  • Full city outline: alleen het netwerk binnen de volledige gemeentegrens.
  • Deelgebied of district: een beschikbare kleinere afbakening, bijvoorbeeld om wijken onderling te bekijken.

De kaart dimt het gebied buiten de gekozen afbakening en toont de relevante grenzen. Een meetgebied kan ook met een complexe grensvorm zijn ingericht; filters en statistieken volgen die vorm. Gebruik voor vergelijkingen dezelfde afbakening, periode en wegcategorieën. Anders kan een gewijzigd dekkingspercentage voortkomen uit een ander geselecteerd netwerk.

Filters op de dekkingskaart

De filterbalk boven de kaart werkt zoals in de tabel: klik op een knop om een filter te openen, gebruik het trechter-icoon om extra filters toe te voegen en het herstel-icoon om alle filters te wissen. Beschikbare filters:

  • Roadtype: de wegcategorieën (motorway, trunk, primary, secondary, tertiary, unclassified, residential, living street, de bijbehorende op- en afritten, road en uncoded/other). Verwijder een categorie met het kruisje of voeg er een toe via het zoekveld; zo kan u bijvoorbeeld de dekking van enkel de woonstraten bekijken;
  • Surface: één of meer wegdektypes;
  • Authority: de wegbeheerder;
  • Daterange: de periode waarin de passages plaatsvonden, met de snelkeuzes Last Week, Last Month en Last Year of een eigen datumbereik (dd/mm/jjjj – dd/mm/jjjj). Zo ziet u bijvoorbeeld welke straten de voorbije maand bereden werden;
  • StateId en DeviceId: beperking tot de passages van één bepaalde sensor (identificatie zoals afgesproken met ASAsense).

De filters voor Roadtype en Surface ondersteunen meerdere keuzes en beperken zowel de kaart als de statistieken. U kan bijvoorbeeld woonstraten met een asfaltverharding selecteren en vervolgens onder Show area één district kiezen om de dekking van juist dat netwerk te beoordelen.

Klik op een wegvak voor een pop-upvenster met de wegcategorie en het aantal passages. Vanuit de dekkingskaart kan u doorklikken naar de bijbehorende ritten; zie Ritten raadplegen en downloaden.

Lagen

Met het oog-icoon (Toggle layers) beheert u welke gegevenslagen zichtbaar zijn. De laagnaam en de bijbehorende legende geven aan wat de kleuren betekenen.

Laag of gegeven Wat u ermee beoordeelt
Passages, waaronder Device Passages Hoe vaak een wegvak bereden is. Combineer Device Passages zo nodig met DeviceId om passages van een bepaalde sensor te bekijken.
Device Count Hoeveel verschillende meetvoertuigen het wegvak hebben bereden. Lees hiervoor de legende van deze laag.
Pavement Condition De toestand van het wegdek. Deze laag heeft een kwaliteitsbetekenis en mag niet als passageaantal worden gelezen. Gebruik de eigen kwaliteitslegende.

Het convergentiecriterium vraagt onder meer metingen van minstens twee voertuigen. Gebruik het aantal voertuigen daarom naast het aantal passages, en controleer de overige voorwaarden op de resultatenpagina. De kaartknoppen voor zoomen, volledig scherm, Fit to data, zwart-wit, achtergrondlagen en zoeken werken zoals op de kaartweergave; zoeken verplaatst de kaart en verandert de filters niet.

Dekkingsgegevens exporteren

Met het download-icoon in de filterbalk (Download data as CSV) downloadt u de dekkingsgegevens. Kies in de downloadkeuze het benodigde bereik en, waar aangeboden, het weg- of segmentniveau. Een aanwezige getekende regio kan het exportbereik beperken. Controleer de selectie en wacht tijdens de voorbereiding op de voortgangsindicator.

Ritten en meetvloot

Ritten raadplegen en downloaden

Als uw account toegang heeft tot Trips, kan u ritten onder PAVEsense opzoeken en filteren op een weg of segment. U kan ook vanuit de dekkingskaart rechtstreeks naar de ritten bij een locatie gaan. Zo onderzoekt u welke ritten bij een passageoverzicht horen.

  1. Open de ritten vanuit de dekkingskaart of via PAVEsense → Trips.
  2. Beperk de lijst tot de weg of het segment dat u onderzoekt en controleer de selectie.
  3. Start de beschikbare ritdownload. Kies in de downloaddialoog de gewenste revisie wanneer er een revisiekeuze wordt aangeboden; de download gebruikt die versie van de ritbestanden.

Bij een locatie met veel passages kan de maximale hoeveelheid gegevens die de dienst teruggeeft bereikt worden. Het portaal toont daarvoor een waarschuwing. Behandel de weergegeven lijst dan als mogelijk onvolledig en baseer geen totaalconclusie op die lijst. Beperk de selectie waar mogelijk of vraag ASAsense om hulp als u alle ritten nodig hebt.

Meetvloot en ondersteuning

Voor gebruikers met de passende rechten staan Devices (sensoren), Vehicles (voertuigen), Device Handlings (handelingen aan sensoren) en Interventions samen onder PAVEsense. Gebruik het kruimelpad om tussen deze overzichten te navigeren. Vermeld bij een vraag over een toestel of rit de bijbehorende identificatie.

ASAsense-support kan deze gegevens en uw gebieden en meetdekking raadplegen, en notities en installatiegegevens corrigeren. Die ondersteuningsrol kan geen toestellen, voertuigen, handelingen of interventies aanmaken of verwijderen. Daardoor kan support veel vragen rechtstreeks onderzoeken met beperkte wijzigingsrechten.

De verwerking van meetgegevens is beter bestand tegen verbindingsonderbrekingen: ontvangst wordt pas bevestigd nadat de gegevens veilig zijn opgeslagen. Dit helpt verlies bij opnieuw verbinden te voorkomen. Het is geen bevestiging dat elke straat al voldoende metingen heeft; gebruik daarvoor de dekkingskaart en de convergentiestatus.

Tips en veelgestelde vragen

Welke parameter gebruik ik om het onderhoud te plannen?
Gebruik Macro2 om versleten toplagen op te sporen en Driving Quality of eIRI om de algemene rij- en wegkwaliteit te beoordelen, inclusief mogelijke problemen in de fundering. Sorteer in de tabel of filter op de kaart en onderzoek de geselecteerde locaties verder.
Waarom heeft een straat geen waarden of het label ESTIMATE?
Er kunnen te weinig bruikbare metingen zijn of de resultaten voldoen nog niet aan de convergentiecriteria. Controleer Coverage, de meetperiode en de convergentiestatus. Textuurindicatoren van nieuwe sensoren vereisen eerst kalibratie; eIRI kan zonder die wachttijd na de reguliere verwerking beschikbaar zijn.
Hoe vergelijk ik de toestand met vorig jaar?
Open de detailpagina en bekijk de maandgrafieken, of kies op de kaart onder Month een oudere maand. Een historische detailpagina draagt het label Legacy Recording. Vergelijk dezelfde parameters en schalen, en controleer convergentie en meetperiodes. Voor verdere analyse kan u beide maanden exporteren.
Waarom wijkt het wegdektype op de detailpagina af van het maandrapport?
De detailpagina toont de actuele geldende annotatie; het maandrapport is een momentopname van de eerste dag van de maand. Beweeg over ANNOTATED om de annotatiedatum en de waarde uit het maandrapport te zien.
Kan ik enkel mijn eigen wegen bekijken?
Filter op Authority in de tabel of op Road Authority op de kaart. Controleer bij dekkingsstatistieken ook de afbakening onder Show area.
Het wegdektype van een straat klopt niet. Hoe corrigeer ik dat?
Voeg een annotatie van het type Surface toe met het juiste type en de juiste ingangsdatum. Dit kan op de detailpagina of voor een selectie via tabel of kaart. De geldende annotatie krijgt voorrang op de automatische schatting.
Ik heb per vergissing een groep annotaties toegevoegd.
Open Annotation edits, controleer de betrokken locaties en draai de bewerking terug. Controleer daarna welke waarde op een betrokken detailpagina geldt.
Ik vind een weg via de zoekbalk maar zie geen meetresultaat op de kaart.
Zoeken verplaatst de kaart; actieve filters blijven gelden. Controleer de maand, filters, het detailniveau en of er gegevens beschikbaar zijn.
Waarom ziet de kaart er tijdens het laden nog hetzelfde uit?
De kaart blijft zichtbaar terwijl ontbrekende gegevens worden opgehaald. De laadindicator laat zien dat dit nog bezig is. Wacht tot het laden klaar is voordat u de nieuwe weergave beoordeelt.
Mijn Excel-export is te groot. Wat nu?
Kies CSV of beperk het exportbereik. XLSX heeft een maximum van 1.048.576 rijen; een rekenbladprogramma kan bij het openen van CSV dezelfde limiet opleggen. Gebruik voor grotere bestanden een geschikte GIS- of analysetoepassing.
Kan ik alle ritten tellen uit de lijst bij een locatie?
Niet als er een waarschuwing staat dat de opvraaglimiet bereikt is. De lijst kan dan onvolledig zijn. Beperk de selectie of vraag ondersteuning.

Contact

Voor vragen over het portaal, bijkomende exportmogelijkheden (WMS/WFS), extra gebruikers of nieuwe meetgebieden kan u terecht bij ASAsense via info@asasense.com.

Vermeld bij een vraag over resultaten de gebiedsnaam, weg- of segment-id, geselecteerde maand en Data version. Voeg bij een foutmelding de exacte tekst en de handeling toe waarbij ze verscheen. Vermeld bij ritten of toestellen ook de rit- of toestelidentificatie. Zo kan support dezelfde situatie gericht onderzoeken.